Uniformering loonbegrip per 1-1-2013

Uniformering loonbegrip per 1-1-2013

11/14/2012 11:02:29 AM   Bron: esj.nl

Met de Wet Uniformering Loonbegrip (WUL) wordt per 1 januari 2013 een uniform loonbegrip ingevoerd voor de heffing van loonbelasting/premie volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet. Hiermee verdwijnen de verschillen in loonbegrip (discoördinatiepunten). De loonheffing van de werknemers en de premieheffing van de werkgevers blijven afzonderlijk bestaan, maar de grondslag voor de heffingen wordt geüniformeerd. Wat zijn de gevolgen van de invoering van het uniform loonbegrip? Dit heeft feitelijk geen effect meer omdat het werknemersdeel met ingang van 1 januari 2009 al op nihil was gesteld. Ook de franchise waarover geen premie werd betaald wordt afgeschaft. Daar staat een verlaging van de WW-premie tegenover. Wanneer een werknemer twee of meer dienstbetrekkingen heeft en alles bij elkaar wordt meer premie werknemersverzekeringen en bijdragen Zorgverzekeringswet betaald dan maximaal verschuldigd is, wordt er achteraf ponds-pondsgewijs het teveel betaalde terugbetaald. Vanaf 2013 zal deze teruggaaf niet meer plaatsvinden. De omkeerregel geldt momenteel niet voor de premies werknemersverzekeringen, maar vanaf 1-1-2013 wel. Daarmee wordt de inleg ook aftrekbaar voor deze premies. Opname van het tegoed vormt daarentegen wel loon voor alle loonheffingen. Een dubbele heffing kan voor de werkgever ontstaan, bij opname na invoering van de wet van een inleg die plaats vond vóór invoering van de wet. Zowel bij inleg werd en bij opname wordt premie werknemersverzekeringen geheven. Werkgevers worden voor de mogelijke dubbele heffing in het algemene lastenbeeld gecompenseerd. De bijtelling privégebruik auto vormt nu loon voor de loonbelasting premievolksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage ZVW maar niet voor de premies werknemerserzkeringen. Dit discoördinatiepunt wordt opgeheven door de bijtelling privégebruik auto ook als loon voor de premies werknemersverzekeringen aan te merken. Dit betekent een verhoging van de werkgeverslast, met name bij werknemers die minder verdienen dan het maximumpremieloon werknemersverzekeringen ( 2012: € 50.064). De bijtelling telt ook mee voor de vaststelling van een eventuele uitkering op grond van de werknemersverzekeringen. De inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekerings¬wet (ZVW) van de werknemer en de verplichte werkgeversvergoeding aan de werknemer, worden afgeschaft en vervangen door alleen een werk-geversheffing ZVW. De door de werkgever verschuldigde bijdrage Zorgverzekerings¬wet wordt niet aangemerkt als loon van de werknemer waarover loonheffingen zijn verschuldigd. Over andere inkomsten zoals pensioen, periodieke uitkeringen, winst uit onderneming, is de ontvanger nog wel een inkomensafhankelijke bijdrage verschuldigd, die net als nu, deels plaats vindt door inhouding (op pensioen) en deels door het opleggen van een aanslag. De teruggaven aan gepensioneerden en in andere situaties van samenloop van loon uit dienstbetrekking en andere inkomsten als het maximum overschreden wordt, worden niet afgeschaft. Deze teruggaven worden net als nu rechtstreeks door de Belastingdienst aan de betrokkene teruggegeven. De loonstrook zal er belangrijk eenvoudiger uitzien en begrijpelijker zijn. Door het vervallen van de inkomensafhankelijke bijdrage ZVW voor de werknemer lijkt dat het nettoloon omhoog gaat. Dit wordt echter teniet gedaan door verhoging van de 1e en 2e schijf van de belastingtarieven. Voor internationale concerns wordt in de wet de mogelijkheid vastgelegd om hun naar Nederland gedetacheerde werknemers, via de loonlijst van de Nederlandse vestiging te laten lopen voor de loonheffingen. Zij voorkomen daarmee dat ze zelf in Nederland een loonadministratie moeten voeren. Daarvoor is wel een beschikking van de Belastingdienst vereist.



<< Terug    Lees verder >>